9. Renovatie

De HEER zei tegen Abram:
‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.
Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken.
Door jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.’
(Genesis 12:1-3)

Door de neerwaartse spiraal van Genesis 3-11 heen flitsten momenten van Gods genade: Hij beloofde de vernietiting van de slang, Hij voorzag Adam en Eva van kleren, Hij gaf Kaïn een beschermend teken, Hij redde Noach en zijn familie, Hij onderstreepte zijn zegen over de schepping en de mensheid na de zondvloed. Zelfs bij het dieptepunt van de torenbouw van Babel, toen ze een ‘naam voor zichzelf’ wilden maken, is oordeel niet het laatste woord: God wijst de volken niet af, maar kiest één familie met het oog op de volken, om zegen weer bij de volken te laten uitkomen.

Dat God ons niet aan onze eigen kuren over laat, zie je in de belofte aan Abraham, waarin drie keer gesproken wordt over renovatie: land, nageslacht en zegen. Tegelijk is de verzekering van een groot volk en een woonplek niet de grootste renovatie. Gods bedoeling (nog eens onderstreept in hoofdstuk 15, getekend door besnijdenis in hoofdstuk 17 en herhaald aan Izaak en Jakob in de verhalen erna) is om met zijn zegen uit te komen bij alle volken op aarde, en zo de mensheid te herstellen tot zijn bedoeling.

Zo begint het eerste deel van een lang verhaal, verworteld in een volk en een plek, waarin God steeds verder zijn plan van renovatie uitwerkt. Hoe verder het verhaal uitrolt, hoe duidelijker het wordt dat het hele menselijk leven, zelfs de hele schepping, onder deze bedoeling valt. Je kan Gods beloften aan Abraham dan ook lezen in lijn met Genesis 1 – als een herbevestiging van zijn oorspronkelijke zegen over mannen en vrouwen.

Verbonden tussen God en zijn volk dienen als belangrijke mijlpalen in het bijbelverhaal, maar wat ze allemaal verbindt is het verbond met Abraham. Zoals Paulus in Galaten 3:29 zegt: “En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte.” God blijft tot op vandaag bezig met renovatie.

Om te malen…

  1. Ga eens door het boek Genesis heen: Abraham en Sara, Izaak en Rebeka en Jakob en zijn familie. Denk er ’s over na hoe Gods beloften aan Abraham steeds weer bedreigd worden door van alles, maar hoe God trouw blijft aan zijn belofte, zorgt voor nageslacht en ten goede werkt, zelfs wanneer anderen kwaad in de zin hadden (Genesis 50:20). Wat heeft dat ons te zeggen?
  2. Zoek eens wat verwijzingen naar Abraham op in het Nieuwe Testament (bijvoorbeeld Galaten 3:15-18; Romeinen 4:13-16; Hebreeën 11:8-19). Hoe worden Gods beloften aan Abraham uiteindelijk vervult?
  3. Denk eens aan ‘gebroken’ mensen en situaties in je eigen leven of in het leven van familie, de kerk, je werk of andere landen – en bidt dat de God die op een dag “alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen brengt” (Efeze 1:10) een voorproefje geeft van die renovatie aan allen in nood.
Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s