12. Heilig, heilig, heilig

De HEER zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Ik ben de HEER, jullie God. Volg niet de levenswijze van de Egyptenaren, bij wie je gewoond hebt, noch de levenswijze van de Kanaänieten, naar wie ik je breng. Leef niet volgens hun bepalingen, maar volgens mijn regels, houd je aan mijn bepalingen en leef ze na. Ik ben de HEER, jullie God. Mijn bepalingen en regels schenken leven aan wie ze volgt, houd ze dus in ere. Ik ben de HEER.”‘

De HEER zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de gemeenschap van Israël: “Wees heilig, want ik, de HEER, jullie God, ben heilig.”‘

(Leviticus 18:1-5; 19:1-2)

Het leven van het volk van God moet Gods eigen karakter uitdrukken: “Wees heilig, want IK, de HEER, jullie God, ben heilig.” De uitgebreide lijst van voorschriften in Leviticus maakt duidelijk dat de heiligheid te maken heeft met alle stukjes van het leven, niet alleen de ‘religieuze’ kanten.

  • Heiligheid heeft dus niet tot gevolg dat jij je terug trekt uit de wereld, maar het gaat er vanuit dat jij elke dag in de wereld leeft, als onderdeel van het ritme van weken, maanden en seizoenen;
  • heiligheid is niet alleen iets voor een elite, maar bedoeld voor heel Gods volk;
  • heiligheid is geen privé-ervaring, maar heeft te maken met leven en werken in een gemeenschap.
  • Heiligheid gaat ook niet over een of ander zweverig bestaan, afgesloten van het rommelige leven. Juist niet! Heiligheid gaat over leven elke dag – in het werken met gewassen, het onderhouden van de grond, het kopen en verkopen van goederen; in het omzien naar ouders, de sabbatsrust in acht nemen en zorgen voor de armen; in hoe je werkt, wat je eet en met wie je slaapt – elke dag bewust je onderscheiden van culturele normen, omdat je wel in de wereld leeft, maar niet als de wereld.

Dit alles voer je uit als onderdeel van je eredienst aan een heilige God.

“IK ben de HEER, jullie God” herinnert het volk Israël eraan dat het allemaal begint met bevrijding en relatie vóór regels. De wet houdt verband met een toewijding om hun Heer te dienen, om een apart gezet volk te zijn en om hun leven met elkaar daarnaar te organiseren. En dat allemaal met het oog op het hogere doel: om Gods beloften aan Abraham te vervullen en de roeping aan het volk om een koninkrijk van priesters te zijn, in het belang van de wereld.

Mocht je gaan wanhopen, omdat je weet dat de Israëlieten niet in staat waren om volgens hun roeping te leven, Leviticus gaat uit van de werkelijkheid en de gevolgen van de zonde en treft voorzieningen voor herstel door offers.

Natuurlijk verandert het nieuwe verbond de nodige dingen, maar de roeping om een volk te zijn dat door God apart is gezet blijft staan (1 Petrus 1:13-16; 2:9-10), en daarmee de roeping om dingen anders te doen dan gewoon is om je heen. Als we die roeping volgen, mogen we verwachten dat de wetten onze morele overtuiging vormen. Want deze wetten komen op uit Gods heilige karakter en drukken zijn denken over zijn volk uit, terwijl wij leven voor het oog van de wereld in het belang van de wereld.

 Om te malen…

  1. Lees Leviticus 18-20 en maak een samenvatting van de wetten die daarin genoemd worden. Noteer verrassingen, overdenk het, alleen of met anderen. Zoek eens de echo’s van Leviticus op in 1 Petrus 1:13-16 en 2:9-10. Hoe vertaalt Petrus heiligheid voor de christenen aan wie hij schrijft?
  2. Hoe zou jij reageren op iemand die beweert dat de wetten in Leviticus zo sterk onderdeel zijn van de cultuur van toen, dat ze vandaag geen waarde meer hebben?
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s