13. Aan de grens

Wees vastberaden en standvastig, want jij moet dit volk leiden wanneer ze het land veroveren dat ik hun zal geven, zoals ik hun voorouders gezworen heb. En houd je vóór alles vastberaden en standvastig aan de wet waarin mijn dienaar Mozes je heeft onderwezen. Houd je daar altijd aan en wijk er op geen enkele manier van af, opdat je in alles wat je doet zult slagen.

Jozua 1:6-7

Het kan een prettig idee zijn om het oversteken van de Jordaan te zien als sterven, en Kanaän als de hemel. Maar de aankomst van Israël in het land was geen eindpunt, maar een begin. Het was het begin van Gods volk dat leefde in Gods beloofde land, volgens Gods wet, tussen de volken om hen heen.

Hier is een nieuwe kans om de Here te dienen. Mozes had het volk gewaarschuwd dat Gods zegen op hen zou blijven zolang ze Hem gehoorzaam waren. De wet, met zijn nadruk op persoonlijke en gemeenschappelijke heiligheid, had God ze gegeven voor hun eigen welzijn, om ze te maken tot een gemeenchap die toegewijd was aan rechtvaardigheid, gulheid en rentmeesterschap. En dat in een land waarin ieder onbezorgd kon wonen onder zijn wijnrank en vijgenboom (1 Koningen 5:5). Geen wonder dat God Jozua aanspoort om sterk en moedig te zijn, met Kanaän voor ogen aan de andere kant van de Jordaan: “Zoals ik Mozes heb bijgestaan, zo zal ik ook jou bijstaan. Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten” (Jozua 1:5).

 Het kan best moeilijk voor ons zijn om verhalen te lezen over het volk van God dat inwoners van Kanaän uitroeit. Maar de verovering van het land is niet uit te leggen met etnische redenen of omdat Israël moreel zo voortreffelijk was. Vanuit Gods rechtvaardigheid gezien wordt Israëls optreden tegen de Kanaäniten gezien als een goddelijk oordeel over kwaad (zie Genesis 15:16; Deuteronomium 9:4-6; 12:29-31). Ook moet je deze gebeurtenissen in Gods reddingsplan zetten, waarbij God alle volken op het oog had, niet alleen Israël: als vervulling van zijn belofte aan Abraham plant God zijn volk in een land waar ze onder zijn gezag kunnen leven, om tot een zegen voor de hele wereld te zijn.

 De verhalen uit het Oude Testament zijn een rijke bron van verbeelding en inspiratie voor de kerk door alle tijden heen. En dan vooral de verhalen van de uittocht uit Egypte en de woestijnreis. De schrijvers van het Nieuwe Testament vatten dit op als historische gebeurtenissen, die een model vormen voor de manier waarop God zijn volk redt en ‘rust’ geeft (Hebreeën 3:7 – 4:13), en ze dienen als voorbeelden en waarschuwingen voor ons (1 Korinte 10:1-13).

Zo spelen wij, christenen, vandaag onze rol in Gods reddingswerk dat steeds verder gaat. Gered door Christus en door de kracht van de Geest worden we geroepen om Gods nieuwe gemeenschap te zijn in onze cultuur, met zijn eigen verleidingen en problemen. We moeten rechtvaardig leven, sterk en moedig, aangevuurd door de belofte “Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten”.

 Om te malen…

  1. Sta even stil bij Jozua 1:8, met zijn oproep om Gods wet dag en nacht te overdenken. Daarin hoor je andere bijbelgedeelten terug (Deuteronomium 17:18-20; Psalm 1:2). Op welke manier is onze vrijmoedigheid waar God ons toe roept verbonden met ons dagelijks bezig zijn met Gods Woord?
  2. Hoe kunnen wij in onze eigen omgeving ‘sterk en dapper’ zijn in het hooghouden van de unieke en machtige claims van God?
  3. Welk beeld vind je passender voor het christelijk leven: als ‘zwerven in de woestijn’ of als ‘leven in het land’?
Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s